|
|
1989
Op 1 maart 1989 kwam ik een oud klasgenoot tegen in Ikea Sliedrecht, Jaco
van Dam. Jaco was daar
toevallig met zijn zus en haar kinderen en ik met mijn ouders om wat te
winkelen. Eigenlijk wel erg
toevallig, aangezien Hoek van Holland en Vlaardingen nou niet echt in de
buurt liggen van Sliedrecht. We
hadden elkaar zo'n vijf jaar niet gezien. We zaten bij elkaar in de klas
op de Havo en hadden
allebei voortijdig school verlaten op ons achttiende. Ik had al een
MAVO-diploma en Jaco is daarna nog
MEAO gaan doen. We wisselden in Ikea telefoonnummers uit en ik belde Jaco
diezelfde dag nog op om verder
af te spreken.
Tijdens het uitgaan spraken we al gauw over wat we wilden gaan doen in de
toekomst en dat we allbei
eigenlijk liever eigen baas zouden willen zijn. Ideeën ontstonden al snel
en ik vertelde Jaak over mijn
Italiaanse vrienden, een familie die een koffiebranderij leidde in
Italië. Jaak bedacht het idee om de
Italiaanse espressokoffie die deze familie produceerde naar Nederland te
importeren en te verkopen. Een
paar weken later belde ik mijn Italiaanse vriendin op om haar op de
hoogte te brengen van onze grootse
ideeën.
Cristina, mijn
Italiaanse vriendin, ontmoette ik in 1985 toen ik een paar
maanden in Italië verbleef.
Ik was al een paar jaar bevriend met Cristina en Mauro, haar broer, toen ze mij
uitnodigden om te komen logeren in
hun tweede huis in de bergen. Na afloop van het weekend gingen we nog
even langs hun gewone (nou ja
gewone) huis. Toen we het erf opreden bleek er naast hun villa een grote
fabriek te staan. Dit bleek een
koffiebranderij te zijn en zij had mij dit tijdens onze vriendschap nooit
verteld; over bescheiden zijn
gesproken. Ze lieten mij alles zien, ik was erg onder de indruk en vond
het toen al interessant.
Cristina's vader had voorheen bij een andere koffiebranderij gewerkt en was
uiteindelijk in 1975 voor zichzelf
begonnen. De koffiebranderij was mooi uitgegroeid tot een goedlopend
familiebedrijf. Cristina zelf
studeerde op dat moment nog en zou later in het bedrijf van haar ouders
werkzaam zijn als boekhoudster.
Ik heb uiteindelijk mijn eerste pak Manuel espressokoffie meegekregen en
later de lege verpakking thuis in
mijn kamer aan de muur gehangen.
In mei van 1989 kreeg Jaco een
mooie baan als vertegenwoordiger van
milieuvriendelijke
waterzuiveringsproducten en waterzuiveringsinstallaties voor de
industrie. Ondanks deze baan waren we wel
druk bezig om een en ander uit te zoeken omtrent zefstandig ondernemen.
Ik had op dat moment geen baan
(dat was ook niet echt de bedoeling) en had dus tijd zat om alles uit te
zoeken.
Natuurlijk gingen we die zomer naar Bibione in Italie, waar ik zelf al
op vakantie ga vanaf dat ik anderhalf
jaar
ben. Daar bespraken met Cristina en Mauro wat concreter hoe we alles
zouden aanpakken en wat de
mogelijkheden waren.
We raakten niet uitgepraat en uitgedacht over onze plannen en alles stond
vanaf die zomer in het teken van Manuel espressokoffie.....


Na terugkomst in nederland hadden we dus genoeg om over na te denken. En
na de zomer informeerden we naar transportmogelijkheden, boekhouding,
verzekeringen en belden we volop naar instanties zoals de belasting en
kamer Van koophandel. Het bleek dat men (geen idee of dit nog zo is) een
half jaar zonder boekhouding en zonder kamer van
koophandelnummer/inschrijving een startend bedrijf mocht runnen. Enige
vorm Van (starters)subsidie zat er niet in want één van ons had een baan,
dus kwam niet uit een werkloosheidspositie en er was al startkapitaal
aanwezig. Een grote lening bij een bank aanvragen, daar voelden we niks
voor. We gingen uit van het principe: eerst geld verdienen zonder vooraf
te lenen.
Natuurlijk moest er ook uitgebreid berekend worden welke prijzen we
zouden gaan hanteren en met welke winstmarges we tevreden zouden zijn.
Dat hield ook in dat we moesten kijken naar de al (weinige) bestaande
koffiemerken op de Nederlandse markt. Dit deden we gezamenlijk met Mauro
en Cristina die
in
augustus voor de eerste keer naar Nederland kwamen.
In sneltreinvaart hielden we een toeristenroute met op het programma
natuurlijk de molens in Kinderdijk, Kasteel Hoensbroek in Hoensbroek,
Madurodam en natuurlijk hoorde een ritje met de boot door Amsterdam
er
ook bij.
En last but not
least wilden ze persé de wallen gaan bezichtigen. Hier
moest uitgebreid voor een raam
gefotografeerd worden, maar daar werd door een of andere
linke rakker, die daar blijkbaar de boel voor de dames regelde, meteen
een stokje voor gestoken.
Ondergetekende heeft het boottochtje door Amsterdam
nooit kunnen maken omdat ik anderhalf uur in de snikhitte ('t was een
warme zomer) in een wc van een Egyptische
shoarmazaak opgesloten zat. Het slot bleek wel
dicht te kunnen, maar openen ging niet meer. Nadat ik minstens twintig
minuten had staan bonken op de wc-deur en flink m'n longen uit mijn lijf
had geschreeuwd, kwam er eindelijk versterking van Jaco en iemand van de
betreffende zaak. Uiteindelijk moest er een manier gevonden worden om die
verdomde deur open te krijgen. Na een hoop gezoek naar gereedschap, wat
op zich ook al weer een tijdje in beslag nam, werd de deur eindelijk na
anderhalf uur opgesloten te hebben gezeten, voor mij open gemaakt en kon
ik weer ademhalen.
In oktober 1989 stapten we voor het eerst een horecagelegenheid in Hoek
Van Holland binnen om eens te gaan peilen hoe de horeca tegenover een
andere c.q. nieuwe espressokoffie zou staan. Deze betreffende koffieshop
is trouwens nooit een klant van ons geworden. Ieder land heeft natuurlijk
zijn eigen specifieke marktkenmerken en Italie was de espressocultuur
natuurlijk al veel langer een begrip. Nederland maakte daar nog maar net
kennis mee. Er was op dat moment een beperkte concurrentie, we waren één
van de weinige espressokoffiemerken, dat waren er op dat moment circa 10.
We stapten gedurende deze hele maand allerlei horecagelegenheden binnen
en gaven daar wat gratis kleine proefpakjes koffie á 250 gram, zodat ze
die zelf uit konden proberen en de reacties van kleanten konden peilen.
Bovendien ging Jaco tijdens zijn werk af en toe ook nog enkele zaken af.
Al gauw werd het normaal hele avonden door te werken, nadat Jaco van zijn
werk terugkwam.
Zeven maanden nadat we elkaar weer waren tegengekomen op 1 maart trok
Jaco (28 oktober) bij mij in huis en woonden we vanaf dat moment samen.
Het eerste wat we gingen regelen waren de verzekeringen, waarvan we de
achteraf gezien veel minder nodig hadden. Een week daarna gingen we naar
Rotterdam om ons eerste koffietransport op te gaan halen en dit betrof
dus de eerste 200 kg Manuelkoffie. Dit vonden we wel zo prettig voor het
geval we de eerste klanten zouden krijgen en dan dus meteen konden
leveren.
In november kregen we onze eerste klant; een Italiaans restaurant in
Sliedrecht. Jaco was daar tijdens z'n werk langsgeweest en een paar weken
daarna zijn we er s'avonds samen naar terug gegaan om te informeren hoe
de koffie beviel. Op deze avond verkochten we de eerste 10 kg
manuelkoffie.
1989
| 1990
| 1991 |
1992 |
1993 |
1994 |
1995 |
1996 |
1997 |
|